Blog
-
KORT JAKJE VAN ZIJDE
17 mei 2013Kijk toch eens wat een prachtig object:
Inv. nr. MJ 858
Dit Nederlandse dames modejak van zwarte zijde met moire effect hangt in het depot van museum TwentseWelle en komt er helaas maar zelden uit voor een tentoonstelling, daarom laat ik het hier zien. Het is helemaal handgemaakt en stamt uit ca. 1865-1880.
Op de volgende foto is goed te zien hoe hoog de taille zit en hoe lang de mouwen zijn.
De taille van dit jak is zo smal dat we daar geen geschikte paspop voor hebben bij de TwentseWelle. Voor de foto heb ik een bovenlijf van een kinder paspop gebruikt, maar zelfs daarvan is de taille te wijd.
Hieronder is te zien dat de mouwen in een ronding zijn gesneden.
En aan de binnenkant van dit jak is goed te zien dat het handgemaakt is.
Dit volledig handgemaakte jak (ja echt, alle naden zijn met de hand gestikt) heeft een voering van bruine katoen en is verstevigd met 5 baleinen. 1 middenachter (cremekleurige verticale baan) en 2 schuine baleinen in elk voorpand.
Hieronder zijn de handgestikte naden van de 2 baleinen in het rechtervoorpand goed te zien.
Maar de buitenzijde van dit jak is natuurlijk veel mooier. Hieronder wat detailfoto's van de prachtige stof. Zoals vermeld is het een zwarte zijden stof met moire-effect. De gekleurde cirkels van gele bladeren met daarin een paars, lila of groen hart, zijn ingeweven met behulp van de broché techniek. Het inweven van patronen wordt ook vaak bij brokaat toegepast, maar dan met een gouden of zilveren draad.
Grofweg kun je het inweven van patronen op 2 manieren doen: broché of lancé. Wikipedia legt het duidelijk uit in een lemma over brokaat :
Als de metaaldraden over de gehele breedte zijn ingeweven, terwijl de figuren alleen aan de voorkant zichtbaar zijn, spreken we over gelanceerd brokaat (lancé). Zijn de (extra) metalen inslagdraden niet over de volledige breedte ingeweven, maar alleen daar waar het patroon zich bevindt, spreken we over gebrocheerd brokaat (broché). (citaat Wikipedia)
Hieronder een detail van de mouw, zodat goed te zien is hoe klein die cirkels zijn en hoe fijntjes ze geweven zijn. Rechts op deze foto zie een stukje kant dat op de mouwen zit als loshangende versiering. Of deze mouwversiering gebruikelijk was in die tijd kan ik niet zeggen omdat mijn kostuumkennis beperkt is. Mocht iemand daar meer over weten: mail me (info@diannenieuwland.nl) en vertel!
En dan kan ik het toch niet laten, ik ga weer naar de binnenkant van dit jak. De handgemaakte knoopsgaten deze keer.
De knopen van dit jak zijn verloren gegaan en hoogstwaarschijnlijk hergebruikt voor een ander kledingstuk. Maar de binnenzijde van de knopenlijst is zo fijntjes gemaakt dat ik het graag laat zien.
Lees meer >> | 0 Reacties | 3 keer bekeken
-
TIP: TEXTIELSYMPOSIUM 11-04-2013
2 april 2013Zin in een dag met bijzondere lezingen en achtergrondverhalen over textiel?
Dan kun je donderdag 11 april a.s. naar het Voorjaarssymposium "Waterdicht" van de Textielcommissie Nederland gaan.

In het gebouw van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort zijn er die dag lezingen van 7 textieldeskundigen die verder ingaan op de vraag: hoe kun je een mens of object tegen water beschermen en welke rol speelt textiel hierbij?
Voor meer informatie: lees hieronder het volledige persbericht of klik hier.
Specifieke conserveringsproblemen
Door de eeuwen heen bedacht men allerlei oplossingen voor het waterdicht maken van textiel zoals de toepassing van oliën en vernissen en het gebruik van huiden of van speciale constructies. Deze leveren vaak heel specifieke conserveringsproblemen op waar tijdens dit symposium op ingegaan zal worden.
Van darmhuid tot nanotechnologie
Tijdens het voorjaarssymposium komt een zevental lezingen aan bod met onderwerpen die variëren van waterdichte coatings op basis van nanotechnologie tot aan de natuur ontleende materialen als darm- en vissenhuid. Er is veel aandacht voor conservering, zowel preventief als actief, van waterdichte en waterafstotende textiel en van de objecten die ervan gemaakt zijn. Textielcommissie.nl heeft er naar gestreefd een zo veelzijdig mogelijk programma samen te stellen, waarin zowel hedendaagse technologie als historische toepassingen belicht worden.
Sprekers
Sprekers zijn Ton van der Klashorst, algemeen directeur van Bionic Technology BV uit Winschoten; Liesbeth van Ravels, Anne Kathrin Mias - Grünberg en Joni Steinmann, (textiel)restauratoren; Cunera Buijs, conservator circumpolaire culturen bij Museum Volkenkunde te Leiden; Ilse Bogaerts, diensthoofd collectie uniformen, textiel en uitrusting bij het legermuseum te Brussel en Inge Specht, conservator producten bij het Nederlands Leder en Schoenen Museum te Waalwijk.
Het voorjaarsymposium vindt plaats in het gebouw van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort.
Deelname € 45,- voor donateurs en € 60,- voor niet-donateurs.
Voor het exacte programma van uur tot uur en om je aan te melden voor dit symposium: klik hier
Voorjaarssymposium Waterdicht
Donderdag 11 april 2013
Aanvang 10 uur
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Smallepad 5
3811 MG Amersfoort

Wagenkap van wasdoek
Collectie Nederlands Openlucht Museum, Arnhem. Foto Liesbeth van Ravels
Overschoenen uit WWI
Collectie Legermuseum Brussel

Trip ca. 1300
Collectie Leder en Schoenen Museum, WaalwijkLees meer >> | 0 Reacties | 37 keer bekeken
-
JAPON MET EEN 2e LEVEN
27 februari 2013Een paar weken geleden hebben we bij Museum TwentseWelle enkele kledingstukken een tijdje uit de publieksopstelling gehaald en dat gaf mij mooi de gelegenheid om deze bijzondere stukken te fotograferen. Inmiddels staat alles weer op zijn plek en is het weer te bewonderen door bezoekers.
Een van deze japonnen is bijzonder omdat goed te zien is dat de japon in de loop der tijd is aangepast. Misschien omdat de 1e draagster van jong meisje een volwassen vrouw werd waardoor de naden moesten worden uitgelegd. Misschien omdat de japon een nieuwe eigenaresse kreeg met andere maten. De exacte reden zullen we nooit weten, maar aan de uitgelegde coupenaden en de weggefrummelde plooien van het bovenlijfje is duidelijk te zien dat deze japon een 2e leven heeft gehad.
Inv.nr. MJ.898 (collectie Museum TwentseWelle, Enschede)
Bovenkleding, vrouw. Japon uit ca. 1850-1860.
Crinolinejapon van witte katoen, bedrukt met kleine bloemen in lila en rood. Wijde aangerimpelde rok die vastzit aan het lijfje met pagode mouwen.
Op een afstandje zie je niets aan deze japon dat op hergebruik duidt, maar met de neus er bovenop zie je ineens wat er aan de hand is. Kijk maar:
Je kunt hier al zien dat de plooien bij de punt van het lijfje niet mooi vallen. Bij het maken van de jurk was de figuurnaad van de buste flink ingenomen en hierop sloot de taille mooi aan. Na verloop van tijd moest de figuurnaad aangepast worden omdat de (nieuwe?) draagster een grotere buste had. De coupenaad werd daarom uitgelegd, wat heel gebruikelijk was in die tijd. Het was bij dit lijfje kennelijk niet mogelijk de tailleband ruimer te maken, waardoor er stofplooien overbleven die er nu een beetje frummelig uitzien.
Hieronder en ingezoomde foto (helaas niet zo scherp) waarop de rare plooien te zien zijn:
Hieronder een detailfoto van de uitgelegde coupenaad:
De lijn van de oude coupenaad is goed te zien door de verkleuring van de stof, de vouwen en de kleine gaatjes van het oude stiksel.
Dat de japon in de loop der jaren ook wat schade heeft opgelopen is te zien op onderstaande foto waar je de handmatige herstellingen kunt zien rechts naast de witte glazen knopen. Kijk ook even goed naar de knoopsgaten: met de hand gemaakt!

Inv.Nr. MJ 898 : detail knopen en knoopsgaten
Door het model van de mouwen, de zogenaamde Pagodemouw, is deze japon goed te dateren. Onder pagodemouwen werden altijd ondermouwen gedragen. En natuurlijk werd er onder de rok een hoepelrok gedragen. De pagodemouw kwam rond 1840 in de mode in de grote Nederlandse steden, vervolgens duurde het een aantal jaren voordat deze mouw te zien was in de streekdracht. Deze japon uit ca.1850-1860 werd als daagse japon gedragen door bijvoorbeeld een domineesvrouw die in een dorp woonde.
Als je de japon in het echt wilt bewonderen: in loods 2 (in het middengedeelte van het museum) staat ze samen met andere kleding in een van zijnissen, in een glazen vitrine op je te wachten.
Lees meer >> | 0 Reacties | 120 keer bekeken
-
ZWART WIT GESTREEPTE ROKKEN
2 januari 2013Zwartwit gestreepte rokken waren kennelijk in de mode in de Twentse streekdracht tussen 1850 en 1920, want het depot van Musuem TwentseWelle in Enschede herbergt maar liefst 9 van dergelijke rokken. Deze rokken werden in de winter als onderrok gedragen en in de zomer als bovenrok bij de daagse dracht, zowel binnenshuis als buitenshuis.
Ze zijn bijna allemaal handgemaakt van linnen/wol in een platbinding, een enkele rok is van flanel of bombazijn (half linnnen, half katoen) in een satijn- of keperbinding stof. Van een afstandje lijken ze nogal op elkaar, maar als je goed kijkt zie je dat ze allemaal net een ander streepje hebben.
Diverse rokken uit het textieldepot van Museum TwentseWelle in Enschede.
Enkele rokken zijn eigendom van de Oudheidkamer Twente (zie onderaan deze blog meer informatie over deze vereniging) en enkele rokken zijn eigendom van Museum TwentseWelle zelf.
Inv.nr. MJ.552 (uit ca. 1890-1920) met halverwege een extra zoom en blauw zoomband tegen slijtage van de stof. Zie mijn blogpost Bezembanden en Lengtezomen.
Inv.nr. MJ.554 (uit ca. 1890-1910) Ook een rok met lengtezoom en beschermband aan de zoom.
Inv.nr. MJ.555 (uit ca. 1920)
Inv.nr. MJ.556 (uit ca. 1900-1950)
Inv.nr. MJ.557 (uit 1860-1890): deze sleetse rok met geoxideerde plekken laat ik uitgebreid zien op mijn blogpost Tot op de draad versleten.
Inv.nr. MJ.1177 (uit ca. 1860-1900) Gedragen als onderrok onder een trouwjapon op 2 januari 1860.
Nog geen inventarisnummer (recente schenking).
Inv.nr. OKT.TEX0008-f
Dit...
Lees meer >> | 0 Reacties | 185 keer bekeken
-
TOT OP DE DRAAD VERSLETEN
2 januari 2013TOT OP DE DRAAD VERSLETEN:

Inv.nr. MJ.557 : strepen rok, onderkleding vrouw. ca. 1860-1890.
Deze gestreepte rok van linnen en wol zit vol met sleetse stukken op allerlei plekken in de rok maar met name in de onderste helft. Het bijzondere is dat alleen de zwartbruine draad versleten is en alle witte draden (zowel schering als inslag) nog intact zijn. Op onderstaande detailfoto's is goed te zien hoe de slijtage van de donkere draad diverse stadia doorloopt: van langzaam dunner worden, tot haardun met rafelige uiteinden en tenslotte is de donkere draad helemaal verdwenen.
Inv.nr.: MJ.557 detail middengedeelte rok (ca. 1860-1890)
Inv.nr. MJ.557: detail rokzoom (ca. 1860-1890)
Toen ik deze rok voor het eerst zag in 2010 dacht ik dat de slijtage bij de zwarte wollen draad nu eenmaal sneller ging dan bij de witte linnen draad. Daar heeft het echter niets mee te maken, want de snellere slijtage van de donkere draad wordt veroorzaakt door de zwarte kleurstof.
Destijds werd zwarte inkt/verf, ook wel Gallusinkt genoemd, gemaakt van galappels (vaak op eikenbladeren) en ijzer(sulfaat). Omdat deze verf in het begin kleurloos is en pas zijn zwarte kleur krijgt na blootstelling aan de lucht werd er blauwhout, sepia of indigo aan toegevoegd zodat de verf meteen al kleur had. Blauwhout, sepia en indigo zijn niet kleurecht en verdwijnen op den duur, maar tegen die tijd heeft de oxidatie van het ijzersulfaat ervoor gezorgd dat de inkt een diepzwarte kleur heeft.
Het nadeel van Gallusinkt is dat het zuur is. En het nadeel van geoxideerd ijzer is natuurlijk dat bijna alle grondstoffen die ermee in aanraking komen worden opgevreten en verdwijnen. Dit is een bekend probleem bij oude documenten, de zogenaamde inktvraat, en ook bij textiel zoals hierboven. De zwarte draad is dus niet door schuren of langdurige wrijving versleten, maar door de oxidatie van de ijzersulfaat is het als het ware opgelost in de lucht.
Links:
http://www.degroeneman.nl/news/gallusinkt...
Lees meer >> | 0 Reacties | 151 keer bekeken
-
BEZEMBAND EN LENGTEZOMEN
30 november 2012Deze keer laat ik enkele oude rokken zien uit de collectie van museum TwentseWelle.
Op het eerste gezicht lijken het geen bijzondere rokken. En eigenlijk zijn ze ook heel gewoon, want dit soort rokken werden dagelijks door onze overgrootmoeders gedragen. Vergeleken met onze huidige kleding zijn er natuurlijk opvallende verschillen en die laat ik hier zien.
Kleding ging vroeger tientallen jaren mee en had in de loop der jaren meerdere dragers/eigenaren omdat het werd doorgegeven binnen een familie. Omdat textiel zo kostbaar was en de financiele middelen van onze voorouders beperkt waren, was dit domweg een noodzaak. Je kon het je niet veroorloven een kledingstuk weg te doen omdat je zin had in iets anders of omdat je de kleur zat was of omdat er een klein scheurtje in zat. Bij het maken van kleding werd er al rekening mee gehouden dat het door meerdere mensen, met verschillen in lichaamsbouw, gedragen moest worden. Stukjes stof werden goed bewaard zodat een getailleerd jasje uitgelegd kon worden voor de 2e of 3e eigenaar.
Bij het maken van een rok werd al rekening gehouden met meerdere dragers, zowel in de taille als qua lengte. Omdat de rokkenmode destijds veel plooien voorschreef kon je makkelijk smokkelen met de taille. Als eigenaresse 2 een grotere tailleomvang had dan nr. 1 kon je makkelijk schuiven met de plooien. Was eigenaresse 3 een stuk smaller, dan werden de plooien niet altijd gewijzigd, maar werd het haakje (alles ging dicht met "haakje en oogje") verzet. Je had dan wel in het gebied bij de sluiting 2 dikke lagen stof maar dat viel niet op tussen al die plooien. Zodra eigenaresse 3 zwager werd, werden de haken verplaatst en na de bevalling ... Je raadt het al: zo'n rok ging een leven lang mee.
Voor de lengteverschillen tussen de diverse draagsters had men vroeger ook slimme oplossing. Geen enorme zoom aan de onderzijde van de rok, maar een zoom bovenaan bij de heupen, of zoals de foto hieronder: op kniehoogte.
Inv.nr. MJ.560
Baaien rok in leverkleur, onderkleding vrouw. (1900-1950)
Echt reuze handig zo'n extra zoom van ca. 10 cm. Je hebt hiermee 20 cm. speling in de lengte van de rok. Je hoeft de gestikte onderzoom niet los te peuteren, je haalt de rijgdraad (dit soort zomen zijn altijd geregen met grove steken) van de lengtezoom eruit, je maakt eventueel een kortere of langere lengtezoom en de nieuwe draagster kan weer jaren verder.
Inv.nr. MJ.560: detail van de opengevouwen 'lengtezoom'.
Helaas zag je wel kleurverschil als je zo'n lengtezoom loshaalde na een aantal jaren, maar omdat iedereen met dit soort lengtezomen werkte, was je niet de enige met kleurverschil in een rok. En gelukkig is deze rok een onderrok, dus dan zie je dat toch niet.
Nog iets bijzonders aan deze rok is het bezemband aan de onderzijde. Dit voorkomt dat de onderrand van de zoom slijt.
Inv.nr. MJ.560: detail bezemband
Bij deze rok is het bezemband goed te zien, omdat het licht van kleur is. De meeste rokken in het depot van TwentseWelle zijn donker van kleur met donker bezemband. Je ziet dan het bezemband bijna niet. Zoals bij onderstaande rok:
Inv.nr. MJ.580 Detail van onderzoom met bezemband
Zwarte wollen rok, bovenkleding vrouw (1890-1940)
MJ.580: binnenzijde bezemband.
Nog even over de lengtezoom:
Die kon ook hoger in de rok worden verwerkt, vlak onder de tailleband of iets lager op heuphoogte. Als je dan een lang jak over de rok draagt, dan ziet niemand iets van een uitgelegde lengtezoom. Onderstaande rok is daar een goed voorbeeld van.
Inv.nr. MJ.584
Moire rok, onderkleding vrouw (1880-1920)
Omdat Moire een stugge stof is waar je niet makkelijk plooien of lengtezomen in legt, zit bovenaan een stuk soepele bruine katoen.
Inv.nr. MJ.584 : detail lengtezoom.
Tot slot nog iets over de stofsoort van de eerste rok: Baai. Dit is een oerdegelijke stof die vaak werd gebruikt voor rokken. In de 19e eeuw werd een baaien rok als bovenkleding gedragen, in de 20e eeuw was het vaak een onderrok.
Het boek "Overijsselse Streekdrachten" van Wielent Harms staat over Baai geschreven:
"Stevig wollen weefsel van grof kaardgaren. Sterk gevolde en geruwde stof tussen molton en flanel in, gebruikt voor borstrokken, ondergoed en onderrokken. Door het dicht haarddek zeer geschikt voor waterdichte kleding. Oorspronkelijk rood, later in andere kleuren".
Lees meer >> | 2 Reacties | 304 keer bekeken
-
TOT IN DE PUNTJES VERZORGD
23 september 2012Op internet kan ik niet terugvinden waar dit spreekwoord exact vandaan komt. Mogelijk is het een afgeleide van 'de puntjes op de i zetten", misschien komt het ergens anders vandaag. In ieder geval werd deze uitdrukking in Twente gebruikt als iemand keurig gekleed was met een onderhemd met puntjes in naaldkant aan de bovenzijde van de boord.
De puntjes op zo'n hemd zijn zo onvoorstelbaar klein, dat moet je zien om te geloven. TwentseWelle heeft meerdere hemden in het textieldepot met dergelijke verfijnde puntjes van naaldkant. Hieronder mijn 4 favorieten:

Inv.nr. MJ.274
Onderkleding man, hemd (1731)
Dit lange witte linnen hemd is geheel handgemaakt. De hals is ca. 1,5 cm hoog en dat betekent dat de kleine puntjes bovenop de boord slechts 2 mm hoog zijn.

Inv.nr. MJ.275
Onderkleding man, hemd (1763)
De boord van dit handgemaakte linnen herenhemd is ca. 3,5 cm hoog. Ook hier zijn naaldkantpuntjes ca. 2 mm hoog.

Inv.nr. MJ.276
Onderkleding man, hemd (1763)
Dit hemd heeft, net zoals het vorige hemd, ook een hoge boord van ca. 3,5 cm en weer die prachtige kleine naaldkantpuntjes.

Inv.nr. MJ.281
Onderkleding vrouw, hemd (1773-1840)
Het geborduurde boordje van dit linnen hemd is veel sierlijker dan de hoekige patronen van de herenhemden.

Detail van het borduurwerk op het 2 cm. hoge boordje van MJ.281.
Lees meer >> | 0 Reacties | 263 keer bekeken
-
TENTOONSTELLING OVER EUROPESE MODE 1700-1915
29 mei 2012Onlangs was ik een weekend in Berlijn en ik liep geheel onverwacht tegen een prachtige tentoonstelling over de Europese (hof) mode uit de 18e en 19e eeuw aan. Iedereen die in mode, (oude) textiel, borduur- en andere versiertechnieken, silhouetten en vormgeving geinteresseerd is kan ik deze expositie aanraden.

Poster van de tentoonstelling
Fashioning Fashion, Europaische Moden 1700 - 1915.
Kijk op: " http://www.dhm.de/ausstellungen/fashioning-fashion/"...
Lees meer >> | 0 Reacties | 718 keer bekeken
-
DAMAST EN JACQUARD
20 maart 2012Inv.Nr. MJ.313: Rompje, bovenkleding vrouw uit ca. 1850-1900.
Dit damasten kledingstuk is een van mijn favorieten omdat het zo kleurrijk is. Op oude foto's krijg je altijd de indruk dat men vroeger in saaie donkere kleding liep, dit rompje bewijst dat dat niet zo was. Die knalrode biezen aan de hals en armsgaten op een stof in paars en geelgoud bewijzen het tegendeel! Dit volledig handgemaakte kledingstuk is van katoenen jaquard-stof en heeft een sluiting met haken en ogen.
Inv.Nr. MJ.313: achterzijde rompje uit 1850-1900
Wielent Harms, streekdrachtdeskundige, vertelde me dat vanaf ca. 1730 de grootbloemige damastpatronen in de mode waren. Door die grote bloempatronen was het te duur om de stof symmetrisch te verwerken. Later werden de patronen kleiner en kon men het symmetrisch in een kledingstuk verwerken. Dit rompje is uit de periode van kleinbloemige damasten, de periode waarin de stof vaak wel symmetrisch werd verwerkt. Maar kennelijk wilde de eigenaar/maker van dit kledingstuk niets verspillen en is de stof deze keer niet-symmetrisch verwerkt.
Inv. Nr. MJ.313 detail zijnaad met split.
Op deze foto is goed te zien dat dit rompje handgemaakt is. Echt iedere naad en zoom is met de hand gestikt of geregen.
Inv.Nr. OKT.TEX.0061: Vest, bovenkleding man, uit ca. 1790.
Dit vest van grijsgroen gebloemde wollen damast is heuplang en net zoals het bovenstaande rompje ook handgemaakt.
Inv.Nr. OKT.TEX.0061: achterzijde mouwloos vest uit 1790.
Bijzonder bij dit vest is dat het ingeweven stofpatroon bij het voorpand niet symmetrisch is verwerkt, maar bij het achterpand wel.
Inv.Nr. OKT.TEX.0061: binnenzijde mouwloos vest uit 1790.
De binnenkant van dit vest is zo prachtig! Alles is zo netjes met de hand afgewerkt, alle naden en de 18 knoopsgaten.
Inv.Nr. OKT.TEX.0061: detail van de knoopsgaten.
Lees meer >> | 0 Reacties | 1582 keer bekeken
-
STOPLAPPEN
7 februari 2012Inv.nr.: OKT.TEX.1112 uit 1722 (linnen stoplap, afm. 35 x 28 cm)
Tot voor kort wist ik niet van het bestaan van stoplappen. Merklappen en letterlappen kende ik wel, wij hadden er zelfs eentje in huis in de jaren 70. Het was destijds in de mode om een merklap of letterlap zelf te borduren, te laten inlijsten en daarna als pronkobject in je kamer te hangen. Stoplappen kende ik helemaal niet, dus er ging een wereld voor me open toen ik dit oude exemplaar voor het eerst zag tijdens een lezing voor ROC-studenten. Het is de oudste stoplap die TwentseWelle in zijn depot heeft liggen en ik vind het een schatje.
Inv.nr. OKT.TEX.1112 achterzijde stoplap
Stoppen is het opnieuw borduren van versleten stof of het repareren van een gat in een lap stof. Hiervoor moet je zowel horizontaal als verticaal het patroon borduren. Ik vind het prachtig om te zien hoe netjes de achterzijde van deze stoplap is. Alleen aan de randen van de stopplekken kun je zien dat de stopdraad iets langer doorloopt dan aan de voorzijde, maar het patroon van de stop is aan voor- en achterzijde even keurig gemaakt.
Inv.nr. OKT.TEX.1112, detail
De linkerstop is ca. 3 x 3 cm en de rechterstop schat ik op ca. 5 x 3 cm.
Inv.nr. OKT.TEX.1113, detail van een stoplap uit 1778. (afmeting. detail ca. 5 x 5 cm).
Een groot kunstwerk in het klein: maar liefst 4 verschillende patronen zijn hier in 1 enkele stop verwerkt!
Inv.nr. OKT.TEX.0902, detail (afm. detail ca. 6 x 3 cm)
Bij dit detail van een onvoltooide linnen stoplap uit ca. 1850 is goed te zien hoe een stop gemaakt werd. Eerst een rechthoekje uit de stof knippen, daarna de draden in de ene richting opnieuw inweven en tot slot met de draden in de andere richting het definitieve patroon inweven.
Inv.nr. OKT.TEX.0902. De onvoltooide stoplap in zijn geheel.
Op de website van het Historisch Museum de Bevelanden (Goes) staat de volgende achtergrondinformatie over stoplappen:
Historie: Wanneer de merklap precies ontstaan is, is tot op heden onbekend. Wel is er een afbeelding van een merklap te zien op een schilderij van Joos van Cleve "De heilige familie", omstreeks 1520 vervaardigd te Antwerpen. De oudste in Nederland aanwezige merklap dateert uit 1608.Waarschijnlijk werden er voor die tijd ook wel merklappen gemaakt, want de eerste gedrukte patronenboekjes van Johann Schonsperger te Augsburg verschenen in 1523. In Nederland werd in het begin voornamelijk naar patronen van moeders merklap of zelf "ontworpen" naar bijbelse taferelen gewerkt.
Door wie? Bij het bekijken van iedere merklap vraagt men zich af: wie was de maakster en onder welke omstandigheden werd gewerkt?Merklappen werden gemaakt door meisjes, in leeftijd varierend van 5 tot 14 jaar, als oefening voor het borduren en merken van het later door hen te maken linnengoed en/of kledingstukken voor hun uitzet. Het alfabet gebruikte men voor het merken van de linnenuitzet en de cijfers om aan te geven hoeveel men van een bepaald soort bezat. Vroeger was het gebruikelijk om het linnengoed 1 à 2 keer per jaar naar wasserijen en blekerijen te brengen.
Om diefstal of verwisseling te voorkomen moest het linnengoed derhalve gemerkt worden. De merklappen werden vaak onder moeders leiding gemaakt, maar ook wel onder leiding van een Matrasse (lerares). Dit was veelal de vrouw van de schoolmeester. Rond 1880 kwam de schoolwet waarin werd opgenomen, dat aan de lagere scholen onderwijs gegeven diende te worden in o.a. 'fraaie handwerken voor meisjes'. Dit was de aanzet voor de welbekende rode schoollapjes.
Tips & Trucs - Hoe herken je een merklap
Als je voor het eerst kennismaakt met een merklap, zie je een grote verscheidenheid in de uitvoering ervan. Ook de benamingen kunnen verschillen. Zo heb je merklappen, letterlappen, stekenlappen en stoplappen. Wat is wat?
Om te beginnen werd vroeger de naam "doeck" veel vaker gebruikt bijvoorbeeld merckdoeck, teeckendoeck of naijdoeck. Wanneer dit woord vervangen werd door het woord lap is niet geheel duidelijk, maar een taal leeft en evolueert heel geleidelijk.
In een merklap en een letterlap bestaat in oorsprong weinig verschil, omdat het doel hetzelfde is geweest, namelijk het oefenen van letters voor het merken van de linnenuitzet. De meisjes moesten vroeger ervoor zorgen dat ze een complete uitzet klaar hadden als ze gingen trouwen en alles voorzien van initialen.Nog meer merklappen, letterlappen en stoplappen van Nederlandse musea:
Fries Museum in Leeuwarden.
Historisch Museum de Bevelanden in Goes.
Het geheugen van Nederland.
Centraal Museum in Utrecht.
Tot slot nog enkele stoplappen uit de collectie van de Oudheidkamer Twente:
Inv.nr. OKT.TEX.1113, ca. 1778, afm. 40 x 40 cm.
Inv.nr. OKT.TEX.1111 uit 1768, afm. 36 x 33 cm.
Inv.nr. OKT.TEX.1097 uit ca. 1880-1900. (Afm. 38 x 7 cm). Grove katoenen stoplap met rode stoppen.
De achterzijde van stoplap OKT.TEX.1097.
Opmerkelijk is dat bij deze lap de meeste stoppen er aan de achterkant anders uitzien dan aan de voorkant.
Dit is geen stoplap, maar ik vind hem zo ongewoon dat ik het niet kan laten om hem hier te laten zien.
De getoonde stoplappen zijn eigendom van de OudheidKamer Twente. Museum TwentseWelle conserveert in haar depot veel objecten van deze vereniging, waaronder de textielcollectie. Voor meer informatie over de activiteiten van deze vereniging: www.oudheidkamertwente.nl
Lees meer >> | 2 Reacties | 1327 keer bekeken
-
NOG MEER TEXTIELSTALEN
2 januari 2012Voor de 3e (en laatste) keer: nog een paar bladzijden uit het textielstalenboek uit 1930.
Op de linkerpagina enkele katoenen stalen voor keukendoeken en op de rechterpagina 5 badstofstalen voor handdoeken. Deze stukjes badstof zijn niet te vergelijken met onze huidige fluwelige badstof soorten, want de stof is losgeweven en erg dun. De lussen die zo kenmerkend zijn voor badstof, zijn 'heel dun gezaaid' op deze oude badstofsoort.
Allemaal staaltjes van Jaegertextiel, de typerende stof voor warm ondergoed. Er zijn heel veel varianten van deze Jaegerstof (geweest), geweven of gebreid, van katoen en/of wol.
Op de linkerpagina van boven naar beneden: katoen snelbinding, katoen keperbinding, imitatiewol jaegerflanel, halfwol jaegerflanel en nog een variant van halfwol jaeger flanel. Op de rechterpagina staan diverse halfwollen, heelwollen en zuiver wollen jaeger flanelsoorten.
Als je gebreide Jaegertextiel in levende lijve wilt zien: tot 3 maart 2012 is een set Jaegerondergoed te zien bij de expositie 'Ontrafel' in TwentseWelle. (tot 3 maart 2012).
Jaeger stof is ontwikkeld door de Duitse arts, zoöloog en hygiënist Dr. Gustave Jaeger (1832-1917), die van mening was dat de mens zich moest hullen in kleding van dierlijke oorsprong omdat de mens ook van dierlijke oorsprong is. De doorbloeding van de huid zou bevorderd worden door het dragen van het wollen ondergoed. Omdat de wol niet geverfd mocht worden heeft Jaegerondergoed die typische grijsbeige kleur. Hoewel Jaeger puur wollen ondergoed progageerde, zijn er later ook varianten met katoen gemaakt (vaak was de binnenzijde van katoen en de buitenzijde van wol) zoals in dit textielstalenboek te zien is.
Op Wikipedia, waarvan ik nooit zeker weet of alles wel 100% klopt wat ze schrijven dus ik lees het met enige reserve, staat allerlei informatie over Dr. Jaeger en het Jaegertextiel.
Een website die ik wel vertrouw en die zeer informatief is, is die van Winkelstories (www.winkelstories.com). Hierop wordt de geschiedenis van ca. 70 oude en bekende Amsterdamse winkels verteld, o.a. ook van Deuschle-Benger, een Tricotage- en Lingerie zaak in de Kalverstraat en later in de Paleisstraat. Deze winkel introduceerde het Jaegerondergoed in Nederland. Het is de moeite waard om deze website eens uitgebreid te bekijken, er staan wetenswaardigeheden over allerlei winkels vanaf 1700, zoals Metz & Co, Jacob Hooij & Co, Hajenius tabak/sigaren, Maison de Bonneterie en nog veel meer.
Om terug te komen op dit textielstalenboek van TwentseWelle: er zitten ook circa 6 pagina's in met stukjes witte katoen en wol voor lakens, slopen en ondergoed. Op zich interessant voor de liefhebber, maar niet bijzonder genoeg om hier te laten zien. Wat ik wel weer heel charmant vind, is de bovenstaande pagina met stukjes batist in allerlei pasteltinten. De compositie van de net niet rechthoekige vlakken in ouderwetse kleuren, is prachtig genoeg om in te lijsten en aan de muur te hangen. Oei, dit is natuurlijk een foute uitspraak en absoluut on-museaal! Als ik 2 jaar geleden, voordat ik bij TwentseWelle werkte als vrijwilliger, zo'n boek had kunnen kopen dan had ik misschien al die pagina's uitgesneden, ingelijst en opgehangen als een unieke verzameling schilderijen. Zo mooi vind ik de compositie van al deze textielstalen en stukjes handgeschreven tekst. Inmiddels weet ik beter en ik zal dat dus nooit doen. Maar als een uitgever ooit een herdruk maakt van dergelijke boeken, dan ga ik hoogstwaarschijnlijk de herdrukken wel ophangen.
Om het af te leren, tot slot nog 2 pagina's met mooie composities: elastiek en band!
Elastiek monsters voor o.a. directoires, hoeden, blouses, kousenband, jarratels en knoopsgaten.
Allerlei soorten band.
Lees meer >> | 0 Reacties | 905 keer bekeken
-
MEER TEXTIELSTALEN
18 december 2011Zoals beloofd laat ik meer foto's zien uit het textielstalenboek uit 1930 dat ik op 12 december besproken heb.
De bijgeschreven teksten zijn helaas niet zo goed te lezen omdat het een klein handschrift is met 'dichtgelopen' letters. Daarom zal ik ze hier en daar citeren, want die teksten horen er echt bij en maken dit boek charmant.
Linkerpagina: "Heren Sporthemden"
Helemaal onderaan bij de foto van het opgevouwen hemd staat: "dubbeldraads" en "boezeroen".
Rechterpagina: "Witte vakkleding" en meteen daaronder: "witte jeans voor bakkersjassen klener en slagersjassen enz."
Vervolgens 3 afbeeldingen van mannen in stofjassen, de 1e van grijs denim, de 2e van grijze cachemir en de laatste is een lange herenstofjas van khaki satin jeans.
Linkerpagina: "Werkpakkenstoffen" met 2 foto's met bijbehorende stalen voor jassen en broeken.
Midden op de pagina staat: "vakkleding voor kruideniers- drogisterij- en magazijnbedienden enz. Dessin: peper en zout".
Rechterpagina: "Werkkleding"
In het midden naast de afbeeldingen van schilder en stukadoor, 2 textielmonsters voor hun werkkleding.
Linkerpagina: "Fantasie herenbroekstoffen"
Rechterpagina: "Lingerie Batist voor kinder- en dameskleding"
Op deze pagina's staan diverse dessins en kleuren voor (dames)mantelvoeringen met textielstalen van brocat, damassé, satinet en fagonné
Stoffen voor "Kinderjurken en Japonnen".
Deze stoffen luisteren naar de exotische en mij onbekende namen: "Soie grépella, veloutine reversible, bengaline sultana en crepe femina".
Zwarte en Marine Japon en Mantelstof Zijde.
Zijden en kunstzijden stalen voor zomerkleding (linkerpagina).
Blouses, lingerie en kinderjurken van "Toile Corps" en daaronder "zomerjaponstoffen Honan" (rechterpagina)
Lees meer >> | 0 Reacties | 872 keer bekeken
-
TEXTIELSTALENBOEK
12 december 2011Voor boeken en kistjes heb ik een zwak. Een heel groot zwak mag ik wel zeggen. De charme ervan is dat je ze eerst moet openen voordat je de inhoud kunt aanschouwen. De ene keer valt het tegen omdat je verwachtingen te hoog gespannen waren, de andere keer zit je je letterlijk te vergapen aan al het moois dat je ziet. Zoals bij de bijzondere compositie- en decompositie boeken die ik onlangs voor het eerst gezien heb in het textieldepot. Hieronder een boek met tekeningen en een collectie textielmonsters uit ca. 1930.
Damasten ontbijlakens en vingerdoekjes in diverse weeftechnieken en kleuren.
Tafellakens, servetten en nog meer ontbijtlakens in allerlei kleuren.
Zakdoeken en nog meer tafellakens en servetten.
TwentseWelle heeft meerdere van deze grote (bijna A3 formaat) oude studieboeken uit de 19e en 20e eeuw in zijn bezit en ik vind het een feestje om er in te bladeren.
Deze compositie- en decompostieboeken werden door studenten van een textielschool samengesteld als onderdeel van hun studie. Jongens uit gegoede Twentse families die voorbereid werden op een toppositie in de textielindustrie, gingen in de 19e eeuw naar textielopleidingen Duitsland, omdat een dergelijke opleiding in Twente nog niet bestond. Later kwam de "Hoogere Textielschool" in Enschede en dit boek is door een student van deze school samengesteld.
In de (de)compositieboeken maakten studenten van textielscholen hun studie-opdrachten waarbij ze m.b.v. een textielmonster moesten ontleden hoe de stof geweven was en met welke garens (decompositie). Of ze gingen eerst ontwerpen, dan de garens en machines erbij zoeken en dan kijken of je ook het resultaat kreeg dat je voor ogen had (compositie). Op de ene pagina werd een textielstaal en schematisch weefplan geplakt en op de andere pagina staat in een charmant kroontjespenhandschrift een verslag van het onderzoekswerk.
De foto's die ik nu plaats zijn van een boek dat volgens het etiket op de voorzijde "Decompositieboek" heet, maar dat eigenlijk niet is volgens een textieldeskundige van TwentseWelle. Het lijkt er meer op een boek dat een textielfabrikant samenstelt om al zijn textielsoorten en mogelijkheden te laten zien aan handelaren. Mogelijk is dit een basisboek dat naar een drukker gaat om als catalogus gedrukt te worden of is het een studieboek van een textielstudent die een dergelijk monsterboek als schoolopdracht heeft gemaakt.
Nog een paar foto's uit dit boek:
Zakdoeken in onverwachte patronen en kleuren. Van dat paarse zakdoekje op de linkerpagina zou ik wel een hele stapel willen hebben! Ze zijn heel wat hipper dan de witte zakdoeken met saaie ingeweven ruitjes die de HEMA in zijn assortiment heeft.
Keukendoeken.
Meer keukendoeken.
Nog meer keukendoeken.
Een laatste pagina met keukentextiel. Ik heb nooit geweten dat er zoveel variatie is in geblokte thee- en handdoeken.
Een volgende keer laat ik uit dit boek enkele pagina's zien met textielmonsters voor heren-, dames- en kinderkleding.
Lees meer >> | 3 Reacties | 1067 keer bekeken
-
KORSTMOS
16 november 2011Meestal plaats ik een detailfoto aan het eind van mijn verhaal maar deze keer begin ik ermee. En dan ook nog in het zwart/wit om het raden naar dit kledingstuk wat lastiger te maken.
Dit tricot kledingstuk is duidelijk zichtbaar oneindig vaak hersteld met stopwerk, reden waarom Astrid Hage, collectiebeheerder van Twentse Welle, dit object altijd "Korstmos" noemt en dat ben ik helemaal met haar eens.
Nog een foto:
Hopelijk zijn deze 2 zwartwit foto's voldoende gephotoshopped om vervreemdend te zijn, zo niet, dan moet ik snel naar een cursus.
Ik zal je niet langer in spanning houden, hieronder is meer te zien:
Dit zijn dezelfde foto's van hetzelfde object: een paar tricot viscose dameskousen uit de periode 1920-1940.
Deze zalmkleurige kousen zijn op de zolen, hakken en tenen onvoorstelbaar vaak hersteld in verschillende tinten roze en beige garen. Ik vind al die doorgestopte stukken er als een textielschilderij uitzien, zo prachtig. Tegelijkertijd zit er ook een treurig aspect aan dit object, want de eigenaresse was hoogstwaarschijnlijk door de armoede gedwongen om erg zuinig op haar kousen te zijn en ze tot in het oneindige te stoppen.
Hier is goed te zien dat de doorgestopte plekken niet zichtbaar zijn bij het dragen in een schoen/laarsje.
Inv.nr. MJ.241: Een van de kousen in volle glorie.
In het textieldepot van TwentseWelle liggen veel soorten kousen, maar geen enkel paar is zo vaak doorgestopt als dit paar.
Wie een oude kousenbreimachine wil zien waarmee deze kousen gebreid zouden kunnen zijn: momenteel is in TwentseWelle de tentoonstelling 'ontrafel' over breiwerk in de mode. Aan het begin van de tentoonstelling staat een oude kousenbreimachine en is het bijzonder om te zien hoe ingenieus zo'n apparaat werkt.
Op de ontrafel-tentoonstelling wordt tricotkleding uit de haute couture en pret-a-porter collecties getoond van topontwerpers als Chanel, Yamamoto, Biba, Dior. Kijk snel op de website van TwentseWelle en plan een bezoek aan Enschede voor 3 maart 2012, want dan is deze mooie tentoonstelling echt voorbij!
Lees meer >> | 0 Reacties | 896 keer bekeken
-
SCHOOTJAK
31 oktober 2011Op 18 september heb ik bij de foto-serie over bedrukte stoffen het mooie stofpatroon van dit jak al geplaatst en omdat dit zo’n bijzonder kledingstuk is laat ik het nu uitgebreider zien. Voor een close-up foto van de stof zie mijn blogtekst van 18 september.
Inv.nr. MJ.856
Schootjak, bovenkleding vrouw, streekdracht, ca. 1880-1890.
De katoenen stof van dit jak heeft een donkerrode wijnkleurige ondergrond waarop roze figuurtjes ronddansen.
In het depot van museum TwentseWelle hangen veel jakken, sommige zijn kort tot aan de taille, andere zijn langer en hebben een aangenaaide schoot zoals dit exemplaar.
Zo’n schoot reikt vaak tot aan de knieën, maar kan ook korter zijn, en de schoot werd aan de voorkant vaak glad aan het lijfje genaaid en aan de zijkant en achterzijde gerimpeld. Dit schootjak heeft aan de voor- en zijkant kleine rimpeltjes en aan de achterzijde flinke plooien waardoor het ruim valt. Een dergelijk jak werd bijna altijd over de rok (en een paar linnen onderrokken voor het wijde crinoline-efect) gedragen. Net zoals veel streekdracht-schootjakken uit die periode heeft dit exemplaar lange mouwen, is het nauwsluitend en sluit het aan de voorzijde d.m.v. haakjes en oogjes.
Hoewel in de streekdracht de rok vaak van een andere stof en/of kleur was dan het jak, en in de burgerdracht jak en rok vaak van dezelfde stof waren, is dit geen strikte scheiding. Er zijn voorbeelden bekend van streekdrachten jakken en rokken van dezelfde stof. Dit kledingstuk is typisch streekdracht en is hoogstwaarschijnlijk gedragen bij rokken van een andere stof.
Inv.nr. MJ.856: schootjak binnenstebuiten.
Inv.nr. MJ.856: binnenzijde schoudernaad en mouw-aanzet.
Net als eerder besproken kledingstukken uit de 19e eeuw, is dit jak ook helemaal handgemaakt. Ik heb een zwak voor de binnenkant van handgemaakte kleding, daarom twee foto’s van de binnenzijde. Het lijfje is gevoerd met witte katoen, de mouwen zijn gevoerd met bruine katoen en de schoot is niet gevoerd. Je kunt goed zien dat de schouderlijn gecorrigeerd is met een 2e stiksel. Let ook op de fijne witte steken die het rafelen van de naad moeten voorkomen.
Inv.nr. MJ.856: bobbet-kraagje
Tot slot nog een typisch kenmerk van dit kledingstuk: de kraag.
Streekdrachtdeskundige Wielent Harms heeft me hierover het volgende verteld:
Eigenlijk is het geen kraag, maar een versiering die “Bobbetkraag” wordt genoemd en de oorsprong van dit soort kraagjes ligt in de Biedermeiertijd. In de Biedermeier-burgerdracht droegen de dames bij het zedig hooggesloten lijfje vaak een geborduurd of kanten kraagje. De streekdracht maakte zijn eigen variant, door van de vijfschaften stof waar het lijfje van gemaakt was, een platte kraag te maken in de vorm van een halve maan. Deze kragen waren glad (kleine plooien zijn onmogelijk bij de stevige vijfschaften stof) en werden gevoerd met een gedessineerde katoenen stof.
Na verloop van jaren zijn er varianten van ontstaan zoals de losse geplooide nepkraag van dit rood/roze schootjak en nog wat later was het enkel een geplooide versiering op het rugpand. Soms vastgestikt, soms los uitwaaierend. Bobbet-kragen zag je erg veel in de omgeving Rijssen/Gramsbergen,...
Lees meer >> | 0 Reacties | 1055 keer bekeken
-
TREVIRA 2000 !
20 oktober 2011"Lekker fout" is het eerste dat in me opkomt als ik aan Trevira 2000 denk.
Jeugdsentiment ook. Want ik heb als kind in jurkjes (door oma gemaakt) van deze polyester-troep gelopen. We kunnen het ons haast niet meer voorstellen, maaar volgens mij droeg iedereen in de jaren 60 en 70 af en toe iets van deze stof. Trevira 2000 was ook reuze handig want strijken hoefde niet, daarnaast is polyester slijtvast en lichtecht en als je zelf kleding maakte hoefde je de randen niet te zigzaggen want deze stof rafelde niet. Maar ja, zeg Trevira 2000 en zeg ook: kriebelig en zweterig. Wat een akelig onnatuurlijk stofje was het toch om op je huid te voelen.
Toch heeft Trevirakleding een nostalgische waarde omdat het zo'n mooi beeld geeft van de mode in die tijd. En gelukkig heeft museum TwentseWelle een paar exemplaren uit begin jaren 70 in het depot hangen zodat we allemaal kunnen genieten van deze net-boven-de-knie-jurkjes met vreemde kleurcombinaties en (bloem)patronen.
Inv.nr. MJ.938
Een onelegante breedte-streep in een wonderlijke kleurencombinatie.
Inv.nr. MJ.940
Deze jurk is extra warm en zweterig want hij is, als enige van deze treviracollectie, ook nog eens gevoerd (notabene met een polyester stofje!).
Inv.nr. MJ.939
Deze stof lijkt me meer geschikt als gordijn. En dan die 3 tuttige knoopjes boven aan de hals. Wie verzint dit?
Inv.nr. MJ.941
Dit vind ik wel mooi: een gestileerd bloempatroon in verticale belijning.
Inv.nr. MJ.944
Ook weer zo'n kleurencombinatie die zeer doet aan je ogen. Gelukkig wel een openslaande kraag met V-hals, dat is al wat minder braaf dan de hoge halsjes van de andere jurken.
Inv.nr. MJ.946
Dit stofje moet je even van dichtbij zien, dan zijn de kleuren en het patroontje goed zichtbaar:
Inv.nr. MJ.946 stof ingezoomd
Wie nog meer wil genieten van deze sixties en seventies mode: google (trevira jurk) even wat rond en je vind van alles. En, eerlijk is eerlijk, er zitten soms ook prachtige ontwerpen tussen: jurken met een mooie belijning en goede kleurkeuze. Snuffel zelf maar eens rond op marktplaats of websites met vintagekleding zoals gottagovintage.com of riceandbeansvintage.com.
En er is eigenlijk niets mis met Trevira, want hoewel de 2000-variant de 21e eeuw niet heeft gehaald, wordt er nog steeds trevira kleding gemaakt en heeft deze stof vernieuwende ontwikkelingen in gang gezet. Tot op de dag van vandaag wordt het o.a. verkocht door Kvadrat, een gerenomeerd bedrijf uit Denemarken. Niet meer als 2000-versie, maar in geavaceerde opvolgers die permanent brandvertragend zijn en voldoen aan alle brandveiligheidseisen, ook na vaak wassen. In combinatie met de slijtvastheid, lichtechtheid en kreukvrijheid is het een zeer geschikte stof voor de woning-, kantoor- en projectmarkt. Veel hedendaagse bureaustoelen hebben een stoffen bekleding waar Trevira in verwerkt is. Er is zelfs een Trevira variant (CS bio-active) die wordt gebruikt in de gezondheidssector omdat het de groei van bacteriën afremt. Op de website van Kvadrat staat meer info: www.kvadrat.dk.
Alle hierboven getoonde Trevira jurken zijn eigendom van museum TwentseWelle in Enschede.
Lees meer >> | 0 Reacties | 1272 keer bekeken
-
NOG EEN PELERINE
26 september 2011Een tijdje geleden kregen we in het depot van Museum TwentseWelle (Enschede) een paar nieuwe aankopen binnen, waaronder deze mooie pelerine:
Inv.nr. TW.137: pelerine met o.a. zwart fluweel.
Een van de vorige eigenaren van deze pelerine was een theaterverhuurbedrijf, dat is te zien aan het etiket in de hals. Zodra ik meer weet over de materialen, herkomst en leeftijd van dit kledingstuk, dan laat ik het hier weten. Deze versieringen van band en kleine zwarte kralen vind ik zo mooi, dat ik het niet kan laten om alvast wat foto's te laten zien.
Inv.nr. TW.137: detail achterpand pelerine
Op de rug komt het bladpatroon van het band en de kralen pas goed tot zijn recht. Het band is ooit zwart geweest, maar is inmiddels verkleurd tot een groengrijzige tint.
Dit is een leuk detail van de binnenzijde: er zitten kleine zakken in deze schoudermantel! Met wat zuurvrij papier heb ik dat voor de foto beter zichtbaar gemaakt. Kijk ook even naar de wonderlijke vorm van de onderzijde van de zakken, met een toefje is de stof bij elkaar gebonden.
Voor informatie over de herkomst van de naam 'pelerine' en foto's van een andere pelerine: lees mijn blogtekst 'Pellerine' van 12 juli 2011.
Lees meer >> | 0 Reacties | 859 keer bekeken
-
Fictieve planeet Furaha
19 september 2011Beeldend kunstenaars zijn niet de enigen die hun 'eigen wereld' creëren. Een mooi voorbeeld daarvan ontdekte ik een tijd geleden toen ik in de krant een artikel las over een wetenschapper die een website heeft waarop zijn zelf ontworpen planeet Furaha te zien is. Compleet met prachtige tekeningen van niet bestaande flora, fauna, evolutie van de planeet, zijn plek in het melkwegstelsel etc. etc.
Vanwege het copyright plaats ik hier geen foto van bijvoorbeeld zijn 'wolharige schoffelaar', maar ik raad iedereen die geinteresseerd is in imaginaire werelden aan om die site te bekijken: www.planetfuhara.org.
Er staat ook een prachtig filmpje op van een zwemmende cloakfish die zich op een wonderlijke manier door het water beweegt. Helaas kan ik geen directe link naar dit filmpje plaatsen dus daarom deze instructie: Klik op de website op het zesde blokje vanaf de bovenzijde (groen/wit), dan op 'swimming with', daarna op 'membranes' en tot slot op 'cloakfish in passing'.
Lees meer >> | 0 Reacties | 782 keer bekeken
-
BEDRUKTE STOFFEN
18 september 2011Omdat er veel kleding met opmerkelijke stofpatronen in het depot van museum TwentseWelle aanwezig is, zal ik af en toe een aantal foto's laten zien van de stoffen die ik graag bekijk als ik door het depot loop. Vandaag bedrukte stoffen met eerst de officiële beschrijving uit het registratiesysteem van het museum en daarna mijn eigen kijk op de stof.
Kijk en geniet mee:
Inv.nr. MJ.856
Schootjak, bovenkleding vrouw, ca. 1880-1890. Bedrukte katoen in platbinding. Donkerrode ondergrond, bedrukt met roze/rode gekrulde figuurtjes.
Dit schootjakje is sowieso al een prachtexemplaar door zijn bijzondere kraag en binnenwerk, ik ga dit kledingstuk dan ook zeker een keer apart bespreken. De stof vind ik zo bijzonder omdat ik nog nooit eerder zo'n prachtige en wonderlijke krulvorm gezien heb. En door de kleurcombinatie (de krul is in 2 kleuren) knalt de krul van de donkere stof af. Hieronder een detailfoto:
Inv.nr. MJ.856: detail van stof
Inv.nr. OKT.TEX.0002
Japon met pelerine, bovenkleding vrouw, 1836. Bedrukte katoen met wit/roze ranken.
Deze japon met strak lijfje, wijde rok, enorme ballonmouwen en losse pelerine was in die tijd in de mode. Je moet er niet aan denken dat je in zo'n onpraktisch kledingstuk moet lopen. Maar ik vind deze stof wel schattig en door zijn patroon en kleur past het helemaal bij het model van deze jurk. Helaas is de stof op meerdere plekken nogal verbleekt en het koste me moeite om een stukje te vinden waar nog voldoende kleur was voor een duidelijke foto.
Inv.nr. OKT.TEX. nieuwe schenking
Japon met pelerine, bovenkleding vrouw, 1835. Bedrukte katoen in wit/roze.
Dit...
Lees meer >> | 0 Reacties | 1430 keer bekeken
-
HEMDROK
12 september 2011Er zijn in het depot van Museum TwentseWelle heel wat kledingstukken waar ik om allerlei redenen ‘wat mee heb’.
Soms is het een opvallend boordje, een rafelige versleten mouw of een bijzondere versiering, maar heel vaak is het een kleurige of bijzondere stof die mijn aandacht trekt. Daarom zal ik de komende tijd een paar van mijn kleurrijke favorieten laten zien.
Inv. nr. MJ.307 (eigendom van museum TwentseWelle)
Dit hemdrok uit ca. 1780-1800 is een van mijn favorieten. Met zijn rood/witte kleuren valt hij op tussen de donkere werkjakken en vestjasjes en als ik hem zie ben ik altijd blij dat hij er nog is. Tegelijkertijd vind ik het jammer dat hij nooit te zien is in een tentoonstelling.
Dit kledingstuk is gemaakt van een stevig geweven katoenen stof in een witte ondergrond met roze banen en roze stermotieven.
In eerste instantie trok vooral de stof mij aan, maar nadat TwentseWelle collectiebeheerder Astrid Hage en streekdrachtdeskundige Wielent Harms mij allerlei bijzonderheden hierover vertelden, kwam het kledingstuk ineens tot leven.
Inv. nr. MJ.307: Detailfoto van de naden van de voering.
Dit hemdrok is gemaakt in een periode dat er nog geen naaimachines bestonden (die kwamen pas rond 1850), en hij is dus helemaal handgemaakt. Elke naad, elke zoom en elk knoopsgat is met de hand genaaid met regelmatige kleine steekjes. Dat moet een tijdrovende klus zijn geweest. Ook de naden in de voering zijn heel regelmatig vastgezet, net zoals de doorgestikte randen aan de buitenzijde. Ik vond het lastig om deze naden met kleine steken goed te fotograferen, maar ik hoop dat het door photoshoppen uiteindelijk toch goed te zien is.
Inv. nr. MJ.307: knoopsgat
Nog zoiets moois: kijk eens naar die knoopsgaten. Ze zijn allemaal met de hand gefestonneerd en alle steken zijn op gelijke afstand.
Inv. nr. MJ.307: ‘garen knopen’
Waar ik echt van ga watertanden zijn de volledig handgemaakte knopen, de zogenaamde ‘garen knopen’. Zijn ze niet prachtig? Er zitten maar liefst 16 knopen op het voorpand en nog 1 knoop op iedere mouw. Het maken van zo’n knoop is bewerkelijk en tijdrovend en helaas een bijna verloren gegaan ambacht. Het houten binnenwerk (gieben genoemd, die door een houtbewerker gedraaid worden) wordt eerst natgemaakt om te voorkomen dat het garen gaat schuiven, daarna wordt het garen er in twee kleuren omheen gewonden. Niet iedere wol is hiervoor geschikt, sajetwol is het beste, maar de ouderwetse kaartjeswol of stopwol voldoen ook. Tot op de dag van vandaag worden dit soort knopen nog gemaakt door een dame uit Rouveen, op verzoek ook in andere kleurstellingen en formaten.
Deze knopen hebben het traditionele stermotief dat vooral in de 18e eeuw werd toegepast. Veel hemdrokken werden in die periode gemaakt van effen of gestreepte of gebloemde damasten stof en daar zaten knopen met dit stermotief op. Kijk maar op deze link.
Het sterpatroon in de stof en de ster in de knoop versterken elkaar, dat vind ik een mooi gevonden combinatie van de (kleer)maker.
Een leuk weetje: dit hemdrok kan zowel linksom als rechtsom worden dichtgeknoopt, zonder dat het er anders uitziet. Bij het fotograferen ontdekte ik toevallig dat het niet uitmaakt hoe ik het dichtknoopt en Wielent Harms vertelde me dat dit gebruikelijk was bij dergelijke hemdrokken. In de 18e eeuw hadden hemdrokken altijd 1 rij knopen, maar vanaf 1760/1770 kwam de dubbele knoopsluiting, waarmee je dus ‘links over rechts’ alsook ‘rechts over links’ kunt sluiten, in zwang.
Inv. nr. MJ.307: open oksel
Er is nog iets wonderlijks aan dit hemdrok te zien: het heeft gaten onder de oksels. In die tijd was het mode om de mouwen strak en rond te snijden, je kunt op de 1e foto goed zien dat de mouwen als vanzelf in een bochtje staan. In zo’n krappe mouw had je weinig armslag, daarom zaten de mouwen alleen aan de bovenzijde vast aan het voor- en achterpand. De onderste helft zat los en was open. Deze onderste helft is erg netjes afgewerkt, het is op de foto niet goed te zien, maar de voering is ook hier weer keurig aan de stof vastgezet. Dit okselgat ziet er zo netjes uit, ik snap niet hoe ze dat met de hand voor elkaar hebben gekregen. Zo’n okselgat was gelukkig geen koud tochtgat, want men droeg er nog iets onder.
Meer interessante feiten:
Dit hemdrok komt uit West-Friesland, omgeving Spanbroek, maar dergelijke hemdrokken werden ook in Twente gedragen, zowel dit model als het stofpatroon. Een kleine correctie voor degenen die het TwentseWelle magazine van eind september hebben gelezen: dit kledingstuk is NIET gedragen door een vrouw. Dit staat weliswaar in de objectadministratie van het museum, maar Wielent Harms vertelde mij dat dit kledingstuk is gemaakt voor en gedragen door een jong volwassen man (het lijfje en de armen zijn erg lang, terwijl het lijfje een krappe omtrek heeft).Dit soort hemdrokken van bijzondere stof werden op zondag gedragen, over een onderhemdrok van effen katoen of linnen. Vervolgens werd er een jas over het hemdrok gedragen, in de zomer een korte jas (camisol) en in de winter een lange jas.
Hemdrokken werden in de broek of over de broek gedragen, dit verschilde per streek en tijdsperiode. Bovenstaand exemplaar werd in de kuit- of kniebroek gedragen, dat is te zien aan de knopenrijen die eindigen op taillehoogte. Op de broek droeg men een horloge of andere zilverwerk versieringen en daaronder strakke gebreide kousen. De bovenste knopen van een hemdrok werden vaak losgelaten waardoor de 2 punten konden worden teruggeslagen. Hierdoor ontstond ruimte voor de halsdoek die men altijd droeg en waren meteen de mooie knopen van het onderhemd goed zichtbaar.
Voor degenen die nu enthousiast zijn geworden en meer willen zien: op de website van het Geheugen van Nederland kun je met de zoekwoorden ‘hemdrok’ en ‘oksels’ nog veel meer moois zien. En bij het bekijken van ‘garen knopen’ kun je zien dat er nog andere (ster)patronen zijn van handgemaakt knopen.
Wie meer wil weten over Overijsselse Streekdrachten kan ik het volgende boek aanraden:
Overijsselse Streekdrachten, weerspiegelingen van voorbije mode uit 2008. Auteur: Wielent Harms.
Uitgave van de IJsselacademie i.s.m. TwentseWelle. ISBN nr. 978-90-6697-191-2.
Dit boek is een standaard werk over Overijsselse streekdracht, er is vele jaren aan gewerkt en bevat onvoorstelbaar veel informatie.
Met dank aan Wielent Harms voor zijn vakkennis, hulp en uitleg over dit hemdrok.
Lees meer >> | 2 Reacties | 1221 keer bekeken
-
PELERINE
12 juli 2011Inv.nr. OKT.TEX.0263: pelerine
(eigendom van OudheidKamer Twente: meer over deze vereniging onderaan deze blogpost)
Tot en met 5 september 2011 is in museum TwentseWelle in Enschede een prachtige textieltentoonstelling: Onverwacht klederdracht. Zie website.
Als vrijwilligers in het textieldepot zijn mijn collega en ik de afgelopen maanden bezig geweest om de kledingstukken voor deze expositie uit het depot te halen en waar nodig te strijken en te herstellen/conserveren. Eind juni heb ik gewerkt aan een pelerine, een prachtig schoudermanteltje uit ca.1900, dat op zon- en feestdagen werd gedragen door een rijke boerin uit de omgeving van Weerselo.
Inv.nr. OKT.TEX.0263 achterzijde
Vol bewondering heb ik de vele stofsoorten, waarvan dit kledingstuk gemaakt is, door mijn handen laten gaan. De verschillende texturen van de stoffen, met allemaal een andere glans, geven het ogenschijnlijk saaie zwarte manteltje een kleurrijke en sjieke uitstraling.
De ondergrond is van zwarte wol die in een astracan-achtige structuur is gebreid, waardoor het licht mooi geabsorbeerd wordt. Op de rug- en schouderpartij zit een zachtglanzende fluwelen kraag waarop met zwarte kraaltjes een zwierig symmetrisch patroon geborduurd is. De kraag heeft een geschulpte rand en is afgezet met grove zwarte wol die zodanig los geweven is dat het op bont lijkt. Het fluweel is licht aan het verkleuren en je kunt nu goed zien dat de kleur zwart helemaal niet bestaat, want dit fluweel is eigenlijk heel diep donkerblauw. Opvallend aan deze pelerine is de vakkundigheid waarmee het gemaakt is. De onderzijde van de fluwelen kraag is goed verstevigd met een geweven linnen en alles is zorgvuldig aan elkaar gezet. Gedegen handwerk met kennis van materialen.
De voering van deze korte cape heeft de tand des tijds niet helemaal goed doorstaan en vertoont hier en daar wat gaten en zowel de geschulpte rand als het kralenborduursel zijn op een paar plekken losgeraakt. Het conserveren van dit deel zal geen gemakkelijke taak zijn, want de kraag met stugge linnen ondergrond is erg dik en laat zich niet makkelijk doorboren met een naald. En alles wat ik doe moet reversibel zijn, dus voorzichtigheid is geboden.
Met grote steken wordt de wollen rand weer vastgezet zodat de schulprand mooi doorloopt en niet hinderlijk onderbroken wordt door lelijke gaten van hangend wol. De kraaltjes op het fluwelen gedeelte zijn wat lastiger te redden. Het garen waarmee deze kralen zijn vastgezet is aan het vergaan, waardoor de kraaltjes er op veel plekken spontaan zijn afgevallen. De losse eindjes draad die daardoor zijn ontstaan moeten voorzichtig worden vastgezet en de afgevallen kralen opnieuw aangeregen. Helaas zijn in de loop der jaren heel veel kraaltjes verloren gegaan, dus op enkele plekken is de kale gebreide bies zichtbaar waarop ze ooit hebben gezeten. Dat is jammer en prachtig tegelijk want dit verval hoort bij zo’n oud kledingstuk en die tekenen des tijds hebben hun eigen charme.
Inv.nr. OKT.TEX.0263: kralenversiering rugpand
Hoe langer ik met dit manteltje bezig ben, hoe meer ik zin heb om ook zoiets te dragen, maar dan in een eigentijdse variant om mijn koude schouders en bovenarmen in de tussenseizoenen warm te houden als je even naar buiten loopt. Door de korte lengte van een schoudercape zijn je onderarmen en handen helemaal vrij om te bewegen, veel handiger dan een lange poncho of grote omslagdoek met lastige flappen en franjes. ‘s Avonds thuis ontdek ik na wat googlen dat ik niet de enige ben die dit zo ziet, want ik vind heel makkelijk een paar breipatronen en zelfs een paar oude exemplaren op marktplaats.nl en speurders.nl. Niet zo mooi als dit prachtexemplaar, dat eigendom is van de Oudheidkamer Twente, maar voor zo’n 50 euro kun je al de gelukkige bezitter zijn van een opvallend kledingstuk met historie!
Op Wikipedia lees ik dat een pelerine, ook pellerine of pelarine genoemd, een kort manteltje is, genoemd naar een door bedevaartgangers gedragen kledingstuk. De pelerine wordt meestal gedragen als overmantel, maar een pelerine van bont kan ook op feesten worden gedragen. De pelerine bedekt de schouders en bovenarmen. Op de website van de Pylgeralmanak (almanak voor de pelgrim) blijkt dat een pelerine oorspronkelijk van sterk leer werd gemaakt om de schouders van de pelgrim te beschermen tegen de regen. Deze allereerste pelerines werden versierd met schelpen. Foto’s van 2 oude lederen pelgrimsmanteltjes staan hier. Even naar beneden scrollen en dan kom je ze wel tegen.
Pelerine? Pelgrim? Die woorden lijken aan elkaar verwant, maar met 3 jaar middelbare-school-Frans is dat geen parate kennis voor mij, dus ik moet even internetten voor ik erachter kom hoe het zit. Op etymologiebank.nl vind ik het verlossende antwoord: in het Frans is ‘le pèlerine’ uiteraard een schoudermantel, en ‘le pèlerin’ is ‘de pelgrim’!
Leuk om te weten: er zijn heel wat beroemde dragers van pelerine’s en gelijksoortige gewaden.
- Sherlock Holmes droeg een Havelock, een mouwlozemantel met aangenaaide pelerine.- Pausen, kardinalen en bisschoppen dragen een Mozetta (ceremonieel schouderstuk) en koningen en keizers dragen er ook één als onderdeel van het kroningsgewaad.
Tot slot nog een link naar een heel eigentijdse en sculpturale pelerine uit 2010 van modeontwerper Lisa Shahno.
Als je de pelerine uit 1900 in zijn volle glorie wilt zien en het kralenborduursel op de rugpartij wilt bewonderen ben je tot en met 5 september 2011 van harte welkom in museum TwentseWelle in Enschede.
Deze pelerine is eigendom van de OudheidKamer Twente. Museum TwentseWelle bewaart en conserveert in haar depot veel goederen van deze vereniging, waaronder de textielcollectie. Voor meer informatie over de vele activiteiten van deze vereniging: www.oudheidkamertwente.nl
Naschrift d.d. 18 september:
Inmiddels is de tentoonstelling voorbij en zijn alle kledingstukken weer in het depot opgeborgen. Deze pelerine heb ik nu uitgebreider kunnen fotograferen, en de nieuwe foto's zijn nu toegevoegd aan dit item.Lees meer >> | 1 Reactie | 1178 keer bekeken
-
Start
12 juli 2011In dit weblog wil ik laten zien wat mij als beeldend kunstenaar bezig houdt, inspireert en ontroert. Natuurlijk zal ik hier ook mijn nieuwe werkstukken en exposities melden.
Daarnaast wil ik graag het prachtige textiel, waar ik wekelijks in het museum TwentseWelle mee werk, onder de aandacht brengen. In dit Enschedese museum werk ik als vrijwilliger in het textieldepot en ik voel me vaak een ontdekkingsreiziger die zich elke keer weer vergaapt aan al dat moois van lang geleden.
Omdat textiel erg kwetsbaar is en een museum beperkte expositieruimte heeft kan natuurlijk niet alles continue geëxposeerd worden. Daarom zal ik kledingstukken die mij fascineren op dit blog laten zien en beschrijven. Helaas ben ik geen kostuum- of textieldeskundige, dus ik doe dit op mijn eigen manier.
Lees meer >> | 1 Reactie | 815 keer bekeken