Stoplappen

Inv.nr.: OKT.TEX.1112 uit 1722 (linnen stoplap, afm. 35 x 28 cm)

 

Tot voor kort wist ik niet van het bestaan van stoplappen. Merklappen en letterlappen kende ik wel, wij hadden er zelfs eentje in huis in de jaren 70. Het was destijds in de mode om een merklap of letterlap zelf te borduren, te laten inlijsten en daarna als pronkobject in je kamer te hangen. Stoplappen kende ik helemaal niet, dus er ging een wereld voor me open toen ik dit oude exemplaar voor het eerst zag tijdens een lezing voor ROC-studenten. Het is de oudste stoplap die TwentseWelle in zijn depot heeft liggen en ik vind het een schatje. 

 

Inv.nr. OKT.TEX.1112 achterzijde stoplap

Stoppen is het opnieuw borduren van versleten stof of het repareren van een gat in een lap stof. Hiervoor moet je zowel horizontaal als verticaal het patroon borduren. Ik vind het prachtig om te zien hoe netjes de achterzijde van deze stoplap is. Alleen aan de randen van de stopplekken kun je zien dat de stopdraad iets langer doorloopt dan aan de voorzijde, maar het patroon van de stop is aan voor- en achterzijde even keurig gemaakt. 

 

Inv.nr. OKT.TEX.1112, detail

De linkerstop is ca. 3 x 3 cm en de rechterstop schat ik op ca. 5 x 3 cm.

 

 

Inv.nr. OKT.TEX.1113, detail van een stoplap uit 1778. (afmeting. detail ca. 5 x 5 cm).

Een groot kunstwerk in het klein: maar liefst 4 verschillende patronen zijn hier in 1 enkele stop verwerkt! 

 

 

Inv.nr. OKT.TEX.0902, detail (afm. detail ca. 6 x 3 cm)

Bij dit detail van een onvoltooide linnen stoplap uit ca. 1850 is goed te zien hoe een stop gemaakt werd. Eerst een rechthoekje uit de stof knippen, daarna de draden in de ene richting opnieuw inweven en tot slot met de draden in de andere richting het definitieve patroon inweven. 

 

 

Inv.nr. OKT.TEX.0902. De onvoltooide stoplap in zijn geheel. 

 

Op de website van het Historisch Museum de Bevelanden (Goes) staat de volgende achtergrondinformatie over stoplappen: 

Historie: Wanneer de merklap precies ontstaan is, is tot op heden onbekend. Wel is er een afbeelding van een merklap te zien op een schilderij van Joos van Cleve "De heilige familie", omstreeks 1520 vervaardigd te Antwerpen. De oudste in Nederland aanwezige merklap dateert uit 1608.Waarschijnlijk werden er voor die tijd ook wel merklappen gemaakt, want de eerste gedrukte patronenboekjes van Johann Schonsperger te Augsburg verschenen in 1523. In Nederland werd in het begin voornamelijk naar patronen van moeders merklap of zelf "ontworpen" naar bijbelse taferelen gewerkt.


Door wie? Bij het bekijken van iedere merklap vraagt men zich af: wie was de maakster en onder welke omstandigheden werd gewerkt? 

Merklappen werden gemaakt door meisjes, in leeftijd varierend van 5 tot 14 jaar, als oefening voor het borduren en merken van het later door hen te maken linnengoed en/of kledingstukken voor hun uitzet. Het alfabet gebruikte men voor het merken van de linnenuitzet en de cijfers om aan te geven hoeveel men van een bepaald soort bezat. Vroeger was het gebruikelijk om het linnengoed 1 à 2 keer per jaar naar wasserijen en blekerijen te brengen. 
Om diefstal of verwisseling te voorkomen moest het linnengoed derhalve gemerkt worden. De merklappen werden vaak onder moeders leiding gemaakt, maar ook wel onder leiding van een Matrasse (lerares). Dit was veelal de vrouw van de schoolmeester. Rond 1880 kwam de schoolwet waarin werd opgenomen, dat aan de lagere scholen onderwijs gegeven diende te worden in o.a. 'fraaie handwerken voor meisjes'. Dit was de aanzet voor de welbekende rode schoollapjes. 

Tips & Trucs - Hoe herken je een merklap
Als je voor het eerst kennismaakt met een merklap, zie je een grote verscheidenheid in de uitvoering ervan. Ook de benamingen kunnen verschillen. Zo heb je merklappen, letterlappen, stekenlappen en stoplappen. Wat is wat? 
Om te beginnen werd vroeger de naam "doeck" veel vaker gebruikt bijvoorbeeld merckdoeck, teeckendoeck of naijdoeck. Wanneer dit woord vervangen werd door het woord lap is niet geheel duidelijk, maar een taal leeft en evolueert heel geleidelijk. 
In een merklap en een letterlap bestaat in oorsprong weinig verschil, omdat het doel hetzelfde is geweest, namelijk het oefenen van letters voor het merken van de linnenuitzet. De meisjes moesten vroeger ervoor zorgen dat ze een complete uitzet klaar hadden als ze gingen trouwen en alles voorzien van initialen. 

 

Nog meer merklappen, letterlappen en stoplappen van Nederlandse musea:

Fries Museum in Leeuwarden. 

Historisch Museum de Bevelanden in Goes.

Het geheugen van Nederland. 

Centraal Museum in Utrecht. 

 

Tot slot nog enkele stoplappen uit de collectie van de Oudheidkamer Twente: 

Inv.nr. OKT.TEX.1113, ca. 1778, afm. 40 x 40 cm.

 

Inv.nr. OKT.TEX.1111 uit 1768, afm. 36 x 33 cm.

 

Inv.nr. OKT.TEX.1097 uit ca. 1880-1900. (Afm. 38 x 7 cm). Grove katoenen stoplap met rode stoppen. 

 

De achterzijde van stoplap OKT.TEX.1097.

Opmerkelijk is dat bij deze lap de meeste stoppen er aan de achterkant anders uitzien dan aan de voorkant. 

 

 

Dit is geen stoplap, maar ik vind hem zo ongewoon dat ik het niet kan laten om hem hier te laten zien. 

 

 

De getoonde stoplappen zijn eigendom van de OudheidKamer Twente. Museum TwentseWelle conserveert in haar depot veel objecten van deze vereniging, waaronder de textielcollectie. Voor meer informatie over de activiteiten van deze vereniging: www.oudheidkamertwente.nl

 

 

Reageer op dit bericht