TwentsGeluk

Heb je TwentsGeluk gekregen en ben je benieuwd naar de betekenis van de Twentse teksten?

Hier staan de Twentse spreuken met Nederlandse vertaling:

Twentse Kerstwens “Prettige Kerstdag’n” betekent Prettige Kerstdagen
Twentse Nieuwjaarswens “Gluk in ’n tuk” betekent Gelukkig Nieuwjaar (tuk = broekzak)

  • A’j gin geld hebt, kö’j röstig sloapen. (Wie geen geld heeft, hoeft er ook niet van wakker te liggen)
  • A’j niks zeit he’j ok niks te verantwoorden. (Als je niets zegt, hoef je ook geen verantwoording af te leggen)
  • A’j mekaar geliek geft bi’j zo oetproat. (Als je elkaar gelijk geeft ben je snel uitgepraat)
  • Ai’t ’n betje met mekoar kunt vinden is de tied zo um. (Als je goed met elkaar overweg kunt vliegt de tijd voorbij)
  • Ai’t earste knoopsgat mist, krie’j t buis nich too. (Als je in het begin een fout maakt, komt het niet meer goed)
  • Alleen ‘n mulder leaft van de weend. (Alleen een molenaar kan van de wind leven)
  • De mooiste dingen in ’t leamn kost ginnen stuuver. (De mooiste dingen in het leven zijn gratis)
  • De vezopp’n dubbelkes koompt toch good terech a’j ‘n dochter van de kastelein trouwt. (De verzopen dubbeltjes komen uiteindelijk goed terecht als je met de dochter van de kastelein trouwt)
  • ‘t Geet oe good, bie al wa’j doot. (Het ga je goed in je verdere leven)
  • Iej bewaart ‘n geheim ‘t best duur ‘t te vergetten. (Je bewaart een geheim het best door het te vergeten)
  • Iej könt ginn pap ett’n en poes’n tegelieke. (Je kunt geen pap eten en tegelijk blazen / Je kunt geen twee dingen tegelijk doen)
  • Iej wördt oald as de leu zegt da’j der nog schier oetzeet. (Je wordt oud als de mensen zeggen dat je er nog goed uitziet)
  • ‘t is mangs klook om oe dom te hoaln. (Het is soms slim om je dom voor te doen)
  • Kiek’n wat ’t wot. (De dingen op zijn beloop laten. Vaak wordt de afkorting gebruikt : “KWW”) 
  • Leefde is as soep etten met ne vork: ie kriej’t d’r nooit genog van. (Liefde is als soep eten met een vork: je krijgt er nooit genoeg van)
  • Leu dee niks te zeggen hebt proat vaak ‘t meest. (Mensen die niets te melden hebben praten vaak het meest)
  • Loat mer kuuln, ‘t löp wa los. (Laat maar gaan, het komt wel goed)
  • Oale leu bint jonge leu op leaftied. (Oude mensen zijn jonge mensen op leeftijd)
  • Oe kan geen omelette bak’n zonder het ei te brekken. (Je kan geen omelet bakken zonder het ei te breken)
  • Oet goald’n korenoarn skeup God de Twentenoaren, en oet ’t kaf en de rest’n, de leu oet ’t west’n. (Uit de gouden korenaren schiep God de Twentenaren en uit het kaf en de resten, de mensen uit het westen)
  • Oet ne fles kö’j nich meer schenken as der in zit. (Uit een fles kun je niet meer schenken dan er in zit)
  • Van krom hoalt krie’j gennen rechten poal. (Van krom hout maak je geen recht paal)
  • Wat leu wet niks, bint niks, mer könt allens. (Sommige mensen weten niets en zijn niets, maar ze kunnen alles)
  • Wat sas, as dös wa’s kaans. (Je kunt niet meer dan je best doen)
  • Wie hoalt hier van ‘n kot gebed en nen langen metwos. (Wij houden niet van lang praten, maar wel van gezelligheid)
  • Wies kieken en niks zeggen, das ‘t verstandigste wa-j doon könt. (Een wijs gezicht trekken en niks zeggen is het verstandigste dat je kunt doen)
  • Wieze leu hebt lever geluk as geliek. (Wijze mensen hebben liever geluk dan gelijk)

Meer informatie over TwentsGeluk